
Zo maak je zelf authentieke Amsterdamse stroopwafels
Er is iets stiekem onweerstaanbaars aan een echte Amsterdamse stroopwafel. Dun, goudbruin, precies de juiste hoeveelheid kleverigheid. En hoewel niets te vergelijken is met een verse stroopwafel uit onze bakkerij op de Spuistraat, weten we dat de trek ernaar niet zomaar van ver komt.
En hier is hij dan: een vereenvoudigde versie van ons originele stroopwafelrecept uit 1898. Gemaakt voor thuisgebruik, maar nog steeds geworteld in de traditie die Amsterdam al meer dan een eeuw zoet houdt.
Je hebt het volgende nodig:
Voor het deeg:
- 250 g bloem
- 130 g boter
- 75 g suiker
- 1 ei
- 1 theelepel droge gist
- 50 ml lauwe melk
- Een snufje zout
Voor de karamelsiroop:
- 260 g bruine suiker
- 125 g boter
- 100 ml crème
- 1 theelepel kaneel
Instructies:
- Meng in een grote kom de bloem, suiker en zout. Los in een aparte kom de gist op in de warme melk.
- Voeg het melk-gistmengsel, de boter en het ei toe aan de droge ingrediënten. Mix tot een glad en elastisch deeg.
- Dek het deeg af en laat het ongeveer 30 minuten rijzen.
- Bereid ondertussen de siroop: smelt de boter en de bruine suiker op laag vuur. Roer de room en de kaneel erdoor tot het mengsel dikker wordt. Zet apart om af te koelen.
- Verwarm je wafelijzer. Rol het deeg uit tot dunne cirkels en snijd ze op maat.
- Bak ze tot ze goudbruin en knapperig zijn.
- Snijd elke wafel, terwijl hij nog warm is, voorzichtig doormidden zodat je twee dunne laagjes krijgt. Smeer er een royale lepel karamelsiroop tussen en druk de twee helften op elkaar.
- Laat ze afkoelen en de siroop bezinken voordat u ze serveert.
Er is een reden waarom mensen steeds weer terugkomen voor stroopwafels. En hoewel wij de onze nog steeds elke dag vers met de hand maken in het hart van Amsterdam, is het een genot om te zien dat anderen het ook eens proberen.
Je keuken kan een tijdje verdacht veel naar Spuistraat ruiken. Je bent gewaarschuwd.

